Print deze pagina Print deze pagina

Emaus met Molen Aeolus in 1959

Molen_01

De molen aan de Kortedijk wordt al genoemd in een privilege dat Graaf Willem van Holland op 23 augustus 1407 aan de stad Vlaardingen schonk. Hierbij werd het stadsgebied uitgebreid tot honderd meter ten noorden van de molen. In 1579 vroegen Nicolaas Vossaert en Adriaan Reynierszoon uit Vlaanderen aan de heer van Naaldwijk toestemming om een nieuwe molen te bouwen. Dit werd hen toegestaan tegen een jaarlijkse betaling van twintig gulden windrecht.
Zes jaar later verkochten zij de molen aan de stad Vlaardingen.  Vanaf die tijd werd de korenmolen aan diverse molenaars verhuurd. Zijn inkomsten kreeg de molenaar uit het maalgeld dat iedereen die koren liet malen moest betalen. Voor koren dat buiten de stad gemalen werd kreeg hij de helft van het maalgeld. De onderhoudskosten aan de molen bleven voor rekening van de stad. In 1610 overwogen de burgemeesteren of het niet raadzaam was de molen aan de huurder te verkopen, omdat de kosten van reparatie en andere lasten meer bedroegen dan de huuropbrengst. Dat de molenaar de molen echter onmogelijk kón kopen blijkt uit zijn verzoekschrift vijf jaar eerder aan de stad. Op dit verzoek besloot het stadsbestuur de jaarlijkse pachtsom met vijfentwintig gulden te verlagen, om de man de kans te geven om zijn schuldeisers te voldoen.

“Plattegrond van Vlaardingen uit 1630 met houten molen”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Molen_02

 

Honderd jaar later moest de molen wegens zijn bouwvallige staat afgebroken worden en werd voor f.20.000,– een nieuwe gebouwd, de huidige. Zeven jaar later werd deze molen doorde bliksem getroffen en brandde de bovenste helft af.
In de Franse tijd ging ook de molen
‘De Bonte Os’ aan de Galgkade over tot het malen van koren. In 1815 protesteerde de stadskorenmolenaar daartegen omdat daardoor zijn inkomsten aanmerkelijk daalden. De Bonte Os mocht sindsdien alleen nog als pelmolen werken.

“Gedetailleerde versie van de afbeelding van de vorige pagina”.

 

 

 

 

 

 

Molen_03

Ondanks dit alleenrecht op het gebied van malen was het stadkorenmolenaarsschap allerminst een winstgevend beroep. In 1875 zei molenaar Matthijs Korver arm te zijn geworden op de molen; hij deed het voor zijn familie; zijn broers hadden hem er toe gebracht. Hij kon maar tweederde van de huur opbrengen, waarop het stadsbestuur besloot de molen openbaar te veilen.
Toch slaagde Matthijs Korver erin de molen zelf te kopen. Na zijn dood in 1882 werd zijn zoon Cornelis molenaar. De molen was toen f. 9.275,– waard. Zes jaar later werd Gijsbertus van der Knoop eigenaar van de molen en hij verkocht hem in 1895 aan Simon Terlaak.
Terlaak was de laatste windmolenaar. In 1914 stortte een der wieken haar beneden dwars door de omloop heen. De schade’was zo groot dat Terlaak besloot de wieken en de molenkap te slopen en voortaan te malen met behulp van een dieselmotor. In 1919 verkocht Terlaak de molen aan de Coöperatieve Landbouwers Aankoopvereniging ‘Samenwerking’. Deze gebruikte de molen voor het malen van veevoeder.

 

 

 
molen04In 1954 werd de molen aan de Gemeente Vlaardingen verkocht die hem liet restaureren. Bij die gelegenheid kreeg de molen de naam ‘Aeolus’ (Aeolus is de naam van de God van de wind).
Na de restauratie werd de molen als verkoop- en opslagruimte verhuurd aan ‘Samenwerking’, thans de Coöperatieve Vereniging ‘Maasmond’.
Sinds 1 april 1977 kwam er een splitsing. Maasmond bleef zijn verkoop houden in het pakhuis en de molen wordt vanaf die tijd door de familie Niek Boekestijn uit Maasland weer in vol bedrijf gebracht en nadat in 1977 de wieken zijn vervangen, draait de molen weer dagelijks op volle toeren om het graan te malen voor de warme bakkers.

Enkele maten en gewichten van de molen Aeolus:
De hoogte van de molen van de grond tot de top is ca. 30 meter. De vlucht van de wieken is 26.30 m. De molen heeft twee paar maalstenen die samen ca. 2.000 kg wegen; de as is gemaakt van gietijzer en weegt plm. 3.000 kg.

Ook wanneer u zelf eens iets lekkers wilt bakken kunt u in de molen terecht voor alle soorten meel, gist, rozijnen, krenten, pruimen, abrikozen, zilvervliesrijst, enz. Een specialiteit is o.a. pannenkoekmeel.

Links ziet u de bouwtekening van Molen Aeolus van 1790.

 

 

 

 

 

Onder: vader en zoon Boekestijn (bron: Het Vlaardings Molenboek, een uitgave van de SEMA)

vader en zoon Boekestijn

 

Hieronder foto’s van Gerda, Niek en Nico Boekestijn en krantenartikelen beschikbaar gesteld door Jeanet Boekestijn, met toestemming om te delen waarvoor hartelijk dank.

nico-boekestijn-mei-1987

 

.

nico-boekestijn-in-de-aeolus.

niek-boekestijn-sr-bij-molensteen . . . .

artikel-maaspost-1997-ondernemersprijs-voor-nico-boekestijn-jr. . . .

nico-boekestijn-artikel-bakkerswereld-juli-1998

boekestijn-krantenknipsel-ad-14-1-1993-kroon-op-het-werk

nico-boekstijn-in-de-wiek-van-aeolus